Nieuws

5 politieke partijen willen investeren in sociale economie

Gepost op 29 januari 2024

Veel, schoon en bekend volk op het grote H! verkiezingsdebat op donderdag 25 januari in Brussel. Want naast een uitverkochte zaal gevuld met believers van de sociale circulaire economie zetelden ook Open Vld -voorzitter Tom Ongena, CD&V- Minister Jo Brouns, Allessia Claes van N-VA, Thijs Verbeurgt van Vooruit en Bogdan Vanden Berghe van Groen.

Indra Dewitte, hoofdredacteur van het Belang van Limburg, roosterde als moderator de politici. Gemaakte beloftes werden tegen het licht gehouden, nieuwe beloftes gemaakt. Weten we nu op welke partij we moeten stemmen voor meer investeringen in de sociale economie in Vlaanderen?

De belofte van een werkzaamheidsgraad van 80%

De huidige regering beloofde te werken aan een werkzaamheidsgraad van 80%.  Niet minder dan 120.000 extra Vlamingen moeten aan het werk. Een mooie ambitie. Maar we zijn er nog niet.

Integendeel, onze economie wordt vandaag gedomineerd door bedrijven waar mensen zo hard moeten werken dat ze niet meer mee kunnen. De cijfers liegen er niet om, ondertussen meer dan een half miljoen mensen zijn langdurig ziek thuis.

HERW!N heeft de oplossing: we pionieren al sinds ons ontstaan in het creëren van jobs op maat. Wij willen er 100.000 handen bij!

Investeer in meer jobs in de sociale economie

Voor ons is het dus simpel: als je meer mensen aan het werk wil houden, investeer dan in meer jobs in de sociale economie. Maar welke partijen zijn bereid om dit te doen?

Volgens Tom Ongena van Open Vld is sociale economie een belangrijke partner in het behalen van 80% werkzaamheidsgraad. Maar er kan alleen geïnvesteerd worden als de schotten tussen reguliere en sociale economie worden weggehaald en als doorstroom van doelgroepmedewerkers naar openstaande vacatures in het reguliere arbeidscircuit gestimuleerd wordt.

En met het thema doorstroom raakte het zelfs een beetje oververhit op het podium. Thijs Verbeurgt van Vooruit koppelt de vraag terug naar het publiek: wie van de sociale ondernemers gelooft in doorstroom van alle medewerkers? Met een doorstroompercentage van 3% bij onze ledenorganisaties blijkt doorstroom toch eerder een illusie te zijn. Het forceren van mensen om door te stromen naar bedrijven waar ze vervolgens niet kunnen voldoen aan de verwachtingen, afhaken en dan weer in de inactiviteit belanden, druist in tegen de corebusiness van sociale economie. Allessia Claes van N-VA erkent dat sommige mensen zo kwetsbaar zijn dat activering enkel op maat en lokaal in de buurt kan en dat doorstromen voor sommigen echt niet mogelijk is. Langs de andere kant is investeren in extra jobs niet nodig voor N-VA als er nog genoeg vacatures openstaan in het regulier circuit. Bogdan Vanden Berghe van Groen bevestigt dat er altijd mensen zullen zijn die nooit kunnen doorstromen en dat we dit dan ook niet als voorwaarde moeten stellen om te investeren in sociale economie.

Debatleden: Bodan Vanden Berghe, Allessia Claes, Jo Brouns, Thijs Verbeurgt en Tom Ongena

Werken is een mensenrecht

Iedereen heeft recht op werk. Een recht dat zelfs opgenomen is in onze grondwet. En of dat nu in de sociale of reguliere economie is maakt op zich niets uit. Volgens dit principe kadert Thijs Verbeurgt van Vooruit de nood om te investeren in sociale jobs. Om het verschil tussen werken en niet werken groter te maken beloven bijna alle partijen een verhoging van de lonen in de sociale economie. Verder zou Vooruit de VDAB willen hervormen van brandweer tot maatwerk en is het nodig om de klassieke bedrijven voor te bereiden op Individueel Maatwerk. Voor Groen heeft werk meer impact dan enkel financiële ondersteuning. Het haalt mensen uit isolement en geeft zin aan het leven.

Laat dat contingent los!

Minister Brouns van CD&V had in juni vorig jaar al beloofd om het idee van het loslaten van het contingent collectief maatwerk te ondersteunen. En ook op het verkiezingsdebat bevestigt de minister het vertrouwen in de sociale economie. Hij is ervan overtuigd dat het loslaten van het contingent veel kansen geeft aan de maatwerkbedrijven om te groeien.

 

 Het was een heel sterk debat en mooi samengevat met Eva’s conclusies op het einde. Alvast deze partijen blijven sociale economie ondersteunen, de manier waarop is nog af te wachten…

Bart Vercauteren, ACV-CSC

De belofte om van Vlaanderen “een circulaire koploper te maken”.

Tegen 2030 een volledig circulaire economie? Daar zijn we nog ver van verwijderd. We hadden nog nooit zo’n collectieve honger naar grondstoffen als vandaag. En de planeet? Die trekt het niet. Recyclage brengt ons niet dicht genoeg bij een kringloopeconomie, dus moeten we meer dan ooit inzetten op het voorkomen en verminderen van ons materiaalgebruik.

Goed nieuws, ook hier kan onze sector mee voor de oplossing zorgen. Een paar voorbeelden: Kringwinkels zetten al jaren in op de ontwikkeling van circulaire vaardigheden bij medewerkers; inzamelen, sorteren, herstellen. Fietspunten vergroten het netwerk van deelfietsen en de groensector scoort hoog in ecologisch groenbeheer voor lokale besturen.

De koppeling tussen sociale en circulaire economie

De kanteling van bezit naar hergebruik, van nieuw naar herstel, van lineair naar circulair zijn sectoren met een groot potentieel, maar arbeidsintensief. Dat de omslag naar een circulaire economie een absolute noodzaak is erkennen alle partijen. Hoe dat precies gestimuleerd moet worden, bleef eerder vaag. Open Vld is ervan overtuigd dat hier een markt voor is en dat consumenten bereid zijn om meer te betalen voor ecologische producten. Allessia van N-VA benadrukte het succesverhaal van de Kringwinkels. Maar voor Groen hebben naast de Kringwinkels en onze sociale ondernemers ook de producenten een grote verantwoordelijkheid om de levensduur van producten te verlengen. Een goed beleid rond UPV en productnormering kan hierbij helpen.

Het gat in de maatschappij

In 2021 leefde 12,4% van de Vlamingen in armoede of sociale uitsluiting. Dat komt overeen met ongeveer 810.000 personen. Hierdoor worden zij beknot in hun kansen om voldoende deel te nemen aan kwalitatieve huisvesting, onderwijs en arbeid.

Door samen te werken met lokale besturen en OCMW’s verlenen sociale ondernemingen een dienstverlening die niet door de reguliere bedrijven opgenomen wordt. Zoals het aanbieden van lokale kinderopvang, het beheren van natuurgebieden, onderhouden van trage wegen, fietskoerierdiensten op de wekelijkse markt.

Ook hier eensgezindheid bij het panel dat investeren in sociale economie loont voor het vullen van lokale en maatschappelijke noden. Alhoewel niet elke partij ervan overtuigd is dat dit via meer betaalde arbeid moet, want gemeenschapsdienst is toch ook zo een dingetje (CD&V). Of via meer middelen en autonomie voor steden en gemeenten, want die krijgen toch al heel wat (Open vld).  Allessia van N-VA stelt dat de samenwerking tussen lokale besturen en sociale economie meer in de verf moet worden gezet. Zeker naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Een voortrekkersrol voor HERW!N!

Conclusie: Sociaal circulaire economie verstevigt haar plaats op de Vlaamse arbeidsmarkt.

  • Ja, we slaan de weg in naar de 100.000 handen, door het loslaten van het contingent en in te zetten op doorstroom.
  • Hoger loon voor de medewerkers en het verschil tussen werken en niet werken vergroten.
  • De koppeling tussen een circulaire en een sociale economie is onlosmakelijk, we moeten samenwerken.
  • Weg met de koudwatervrees van lokale besturen, sociaal economieondernemingen vullen het gat in de samenleving

 

Duidelijke standpunten, die we een pak concreter maken en onderbouwen in ons memorandum 👇.

Meer

  • Bekijk hier de recap van het debat in 5 krachtige beloftes van de verschillende politici
  • Lees hier onze 13 beleidsaanbevelingen in het memorandum