FAQ

Hoeveel bedraagt de aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid? Is dit gesubsidieerd?

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de sectorale aanvullende vergoeding en de wettelijke toeslag.

De sectorale aanvullende vergoeding is afhankelijk van het gezinsstatuut van de werknemer (gezinshoofd of niet) en het aantal dagen een werknemer voor dat kalenderjaar reeds tijdelijk werkloos werd gesteld. De vergoedingen verhogen vanaf de 41ste dag.

De vergoedingen worden niet gesubsidieerd via de loonpremie, maar er is wel voorzien in een terugbetaling door het Fonds voor Bestaanszekerheid. Om maximale rotatie aan te moedigen, valt de terugbetaling terug op 25% van de vergoeding vanaf het 115de uur en valt de terugbetaling volledig weg vanaf het 153ste uur.

Periode (dagen) Niet-gezinshoofd Gezinshoofd
Vergoeding Terugbetaling FVBZ Vergoeding Terugbetaling FVBZ
1 tot 15 (114 uur) 4 EUR 4 EUR 8 EUR 8 EUR
15 tot 20 (115 – 152 uur) 4 EUR 1 EUR 8 EUR 2 EUR
20 tot 40 4 EUR 0 EUR 8 EUR 0 EUR
41 en verder 5 EUR 0 EUR 10 EUR 0 EUR

Van 1 januari 2024 tot 31 december 2025 worden alle sectorale aanvullende vergoedingen verhoogd met 2 EUR. Dit bedrag wordt volledig terugbetaald door het fonds ongeacht het aantal dagen tijdelijke werkloosheid.
De sectorale aanvullende vergoedingen worden niet geïndexeerd.

Vanaf 1 januari 2024 kan een werkgever in geval van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of technische stoornis aan het fonds een gemotiveerd verzoek indienen om de terugbetaling te laten verderlopen. Het fonds beslist hierover geval per geval.

De wettelijke toeslag (in uitvoering van artikel 29 arbeidsovereenkomstenwet) bedraagt 5 EUR (index 1 januari 2024) en wordt toegekend voor elke dag waarvoor er uitkeringen worden toegekend. Omdat uitkeringen in een zesdagenstelsel worden toegekend, ontvangt een voltijdse werknemer zes keer de dagelijkse toeslag. Deze toeslag wordt wel geïndexeerd. De toeslag is niet verschuldigd bij tijdelijke werkloosheid op grond van overmacht en voor werknemers met een maandloon hoger dan 4000 EUR is de toeslag slechts verschuldigd vanaf de 27ste dag.
Van 1 januari 2024 tot 31 december 2025 ontvangt een werkgever een terugbetaling van het fonds voor bestaanszekerheid van de wettelijke toeslag voor 5/6de van het bedrag gedurende de eerste 4 weken, en voor 2/3de van het bedrag vanaf de 5de week.